Calculator voor pace (tempo), streeftijden & loopsnelheid

Jouw waarden

Met een gemiddeld looptempo van heb je nodig voor...

100 m
400 m
800 m
1000 m (kilometertijd)
1500 m
3 km
5 km
10 km
21,1 km (halve marathon)
42,2 km (marathon)
50 km
100 km

Wat houden loopsnelheid en kilometertijd in?

De loopsnelheid wordt meestal in minuten per kilometer opgegeven en over het algemeen pace (Engels voor tempo) of kilometertijd genoemd. De pace is het omgekeerde (reciproque) van de snelheid en vanwege de betere vergelijkbaarheid wordt hieraan de voorkeur gegeven boven kilometer per uur. Hieronder belichten we nader waarom de pace een belangrijke maatstaf bij het lopen is en waar onze calculator op de grenzen ervan stuit.

De kilometertijd in de praktijk

Met name bij wegatletiek bestaat de uitdaging er niet altijd alleen maar in de afstand te halen, maar dit in een vooraf gestelde tijd te doen. Uiteraard is het dan vooraf belangrijk om te weten met welke snelheid je moet lopen om je streeftijd te halen.

Het belang van de pace of kilometertijd is historisch zo gegroeid. Bij het lopen op de atletiekbaan kun je immers afstand en tijd heel precies bijhouden en je tempo zo nodig aanpassen wanneer je na een kilometer merkt dat je kilometertijd te laag is. Ook grotere stratenlopen en marathons voorzien onderweg vaak in afstandsmarkeringen, die de loper exact informeren over hoeveel hij al gelopen heeft c.q. nog moet afleggen.

Met de kilometertijd kunnen we prestaties vergelijken.

Voor het meten van de precieze snelheid hebben we niet per se een hardloophorloge met GPS nodig – we kunnen deze ook met een doodnormaal polshorloge berekenen. Loop je bijv. de eerste kilometer in 6 minuten, dan is je kilometertijd of pace 6 min/km. Dit komt overigens neer op een snelheid van 10 km/u. De eerste keer omrekenen is dus duidelijk eenvoudiger en je rekent het zonder veel moeite uit.

Doel onder het lopen is om de vooraf gestelde kilometertijd constant te houden. In de realiteit is dit natuurlijk nog niet zo gemakkelijk vanwege diverse factoren onderweg (het profiel van het traject, verzorging, toiletgang). De hier berekende getallen zijn om deze reden dan ook slechts gemiddelde waarden. Vanzelfsprekend kun je met allerlei tactieken lopen. Je kunt bijv. de eerste kilometers behoudend en dus met een lagere kilometertijd lopen en daarna voor de tweede helft opschakelen naar een hoger tempo – of omgekeerd. Ook in de training speelt het getal een belangrijke rol. Op basis hiervan stel je je intervaltrainingen en ook een zgn. tempoduurloop op.

Looptijden vergeleken

Natuurlijk kunnen we een pace niet zomaar voor alle afstanden doorberekenen. Normaal gesproken geldt dat hoe langer de afstand, hoe lager het tempo. Dit blijkt wanneer we de wereldrecords voor verschillende afstanden vergelijken: de pace ligt bij het wereldrecord op de 1000 m op 2:12 min/km, terwijl het wereldrecord op de marathon gevestigd is met een pace van 2:55 min/km.

Grenzen van de pace

De pace is alleen op relatief vlakke parcoursen een echt relevante waarde. Zodra er ook nog eens hoogte overwonnen moet worden, neemt ons tempo duidelijk af. Dit betekent dat we bijv. in trailrunwedstrijden ons tempo slecht kunnen bijstellen op basis van onze pace, omdat we bergopwaarts een stuk langzamer lopen dan op vlakke stukken of tijdens afdalingen. Uiteraard speelt hier ook de gesteldheid van de bodem waarop we lopen een rol.

Andere calculators, zoals onze looptijdcalculator voor wandelaars, verdisconteren het klimmen en dalen in de berekeningen. Hierbij aangetekend dat de basissnelheid hier natuurlijk lager ligt.

Wie met wat meer ambitie loopsport beoefent, wordt vroeg of laat met pace-waarden geconfronteerd. Ten laatste dan is hardlopen niet meer een kwestie van eenvoudig 'schoenen aan en lopen maar', maar wordt het een kleine wetenschap – en onze calculator helpt je je loopsnelheid exact te berekenen!

Direct €5 korting
op je volgende bestelling
Nee, dankjewel.

We gebruiken cookies om je shoppingervaring te verbeteren. Als je onze website gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies.