Mont Blanc Titelbild

Beklimming van de Mont Blanc: een overzicht van de vier standaardroutes

De Mont Blanc is 4805 meter hoog. Het is de hoogste berg van de Alpen en tevens de hoogste berg van Frankrijk. Vaak wordt de Mont Blanc ook genoemd als het hoogste punt van Europa. Of dat klopt, hangt ervan af waar je de grens tussen Europa en Azië trekt, want de Elbroes is met zijn 5.642 meter hoger. Wat in ieder geval vaststaat: de Mont Blanc is veruit de hoogste berg van de Alpen.

Inhoudsopgave

De eerste succesvolle beklimming van de Mont Blanc vond plaats op 7 augustus 1786 door Jacques Balmat en Michel Paccard. Beide klimmers kwamen uit Chamonix en werden gemotiveerd door een flinke beloning die natuuronderzoeker Horace Bénédict de Saussure had uitgeloofd. Als je vandaag de dag op de Mont Blanc onderweg bent, vraag je je ongetwijfeld af hoe zij deze tocht met de uitrusting van toen hebben kunnen volbrengen.

Sinds die historische eerste beklimming zijn zo’n tweehonderdvijftig jaar verstreken. Inmiddels zijn alle graten, wanden en couloirs beklommen en proberen elk jaar duizenden bergsporters de hoogste top van de Alpen te bereiken. De meesten kiezen daarbij voor een van de bekende standaardroutes.

De vier standaardroutes op de Mont Blanc

Wil je zelf de Mont Blanc beklimmen, dan heb je meerdere routes om uit te kiezen. Deze routes verschillen sterk qua karakter, moeilijkheidsgraad en objectieve risico’s. Hieronder vind je een overzicht van de vier klassieke standaardroutes:

1. via Grandes Mulets naar de Mont Blanc

Een route die vooral in de winter populair is en in de zomer minder wordt aanbevolen

De route van de eerste beklimmers loopt over de Bossongletsjer, de Grandes Mulets, het Grand Plateau en uiteindelijk over de Bossongrat naar de top. Vandaag staat op het rotsachtige eilandje van de Grandes Mulets, midden in de gletsjer, de gelijknamige berghut van ruim 3.000 meter hoog. Deze beklimming is niet pas sinds het smelten van de gletsjers gevaarlijk (nog in de jaren tachtig reikte de Bossongletsjer tot in het dal van Chamonix); de klim is objectief gezien al gevaarlijk. Enorme ijsblokken hangen als een zwaard van Damocles boven de route. Die ijsmassa’s kunnen op elk moment afbreken doordat de gletsjer voortdurend beweegt. Ondanks de objectieve gevaren blijft deze klim nog steeds de meest gebruikte skiroute. Dan heb je tenminste het voordeel dat je bij de afdaling de gevaarlijke zone snel kunt verlaten.

Hoogteverschillen:

  • Dag 1: Plan d’Aiguille (2.300 m) tot de Grands Mulets-hut (3.051 m); 800 hoogtemeters
  • Dag 2: Plan d’Aiguille (3.051 m) tot de Grands Mulets-hut (4.805 m); 1.800 hoogtemeters
  • Afdaling: 2.500 hoogtemeters

Moeilijkheidsgraad: veeleisende en objectief gevaarlijke gletsjer- en hoogalpine tocht, smalle topgraat, rotsterrein tot graad II tijdens de afdaling.

De Bossongrat op weg naar de top van de Mont Blanc
Op de Bossongraat richting de top. Fotocredits: VIVALPIN

2. Via de Goûter-hut de Mont Blanc op

De meest beklommen route naar de Mont Blanc.

In de zomer zijn er nog drie andere technisch relatief eenvoudige routes. De bekendste en meest gebruikte is de klassieke standaardroute via de Tête Rousse-hut, het Grand Couloir, de Goûter-hut en de Dôme du Goûter. Net onder de Vallot-hut (een noodonderkomen op 4.351 meter hoogte) sluit deze route aan op het traject van de eerste beklimmers. Ook deze route kent serieuze risico’s. Vooral de oversteek van het Grand Couloir staat bekend om zijn extreme steenslaggevaar. Ter beveiliging van deze ongeveer 100 meter lange traverse is weliswaar op twee meter hoogte een staalkabel gespannen, maar deze dient alleen om te voorkomen dat het touw afglijdt bij steenslag. Dat klinkt nu misschien wat macaber, maar bij opwarming vindt er in die couloir inderdaad een ware regen van stenen plaats, die in de loop der jaren is versterkt door de klimaatverandering en het zakken van de permafrost.

In het couloir heerst alleen rust als de berg bevroren is en noch de zon, noch hoge temperaturen het ijs en de sneeuw doen smelten. Daar heb je een goede tactiek voor nodig. Veel berggidsen vermijden daarom tegenwoordig de maanden juli en augustus en plannen beklimmingen eerder of later in het seizoen. Sommigen vertrekken zelfs rond middernacht vanaf de Tête Rousse-hut, zodat het couloir nog bevroren is.

Na het Grand Couloir volgt een eenvoudige, maar mooie rotsklim tot aan de graat van de Aiguille du Goûter, waar de moderne Goûter-hut staat. Vanaf daar wachten nog ongeveer 1.000 hoogtemeters over uitgestrekte sneeuwhellingen naar de top. Juist deze laatste hoogtemeters voelen voor veel bergbeklimmers loodzwaar aan, vaak door een gebrek aan voldoende acclimatisatie. Ondanks de lage moeilijkheidsgraad wordt elke stap dan een marteling en daalt het tempo tot minder dan 200 hoogtemeters per uur.

Vertrek bij zonsopgang.
Wie niet voldoende geacclimatiseerd is, vindt zelfs de kleinste stap al ontzettend zwaar. Fotocredits: VIVALPIN

Hoogteverschillen:

  • Dag 1: Nid d’Aigle (2.390 m) – Goûter-hut (3.835 m): 1.500 hoogtemeters
  • Dag 2: Goûter-hut (3.835 m) – Mont Blanc (4.805 m): 1.000 hoogtemeters
  • Afdaling: 2.500 hoogtemeters

Moeilijkheidsgraad: uitdagende hoogalpine tocht met objectieve gevaren, rotsklimmen tot graad II naar de Goûter-hut, gletsjerterrein en een smalle topgraat.

Alternatief:

  • Dag 1: Nid d’Aigle (2.390 m) tot de Tête Rousse-hut (3.167 m): 800 hoogtemeters
  • Dag 2: Tête Rousse-hut – Mont Blanc (4.805 m): 1.600 hoogtemeters
  • Afdaling: 2.500 hoogtemeters

3. De oversteek van de Mont Blanc vanaf de Aiguille du Midi

Deze route een standaardroute noemen is eigenlijk een understatement. Want je passeert nog twee vierduizenders (ook al beklim je de eigenlijke toppen, die slechts enkele meters hoger liggen, niet): namelijk de Mont Blanc du Tacul en de Mont Maudit.

Op de eerste dag wandel je in iets meer dan een uur van het bergstation van de Aiguille du Midi naar de Cosmiques-hut. Voor je rijst de imposante ijswand van de Mont Blanc du Tacul op. De volgende ochtend vertrek je meestal ruim voor zonsopkomst om de steile gletsjerhellingen en spletenzones veilig te passeren. Het vertrek vindt meestal ruim voor zonsopgang plaats, zodat je dit behoorlijk uitdagende en objectief gezien niet geheel ongevaarlijke terrein in het donker achter je kunt laten. Je laat de top van de 4.248 meter hoge Mont Blanc du Tacul links liggen en kunt je eerst even bijkomen tijdens de licht dalende helling.

Na de Tacul volgt de klim naar de Col du Mont Maudit. Dit wordt vaak gezien als de sleutelpassage van de route. De helling is tot wel 50° steil en gevoelig voor ijsval. Eenmaal boven opent zich het uitzicht op de uitgestrekte sneeuwkoepel van de Mont Blanc. Je zou de 80 meter hogere Mont Maudit er nog bij kunnen doen, maar meestal ligt de focus op de verdere tocht naar de Mont Blanc. En ook hier geldt: hoewel het nominaal slechts 500 hoogtemeters in eenvoudig terrein betreft, vergen deze toch veel kracht, zeker als er niet voldoende wordt geacclimatiseerd.

Hoogteverschillen:

  • Dag 1: Aiguille du Midi (3.842 m) – Cosmiques-hut (3.606 m); 80 hoogtemeters
  • Dag 2: Cosmiques-hut (3.606 m) – Mont Blanc (4.805 m); 1.600 hoogtemeters
  • Afdaling: 2.500 hoogtemeters

Moeilijkheidsgraad: veeleisende hoogalpine tocht met objectieve gevaren, ijshellingen tot ongeveer 50°, gletsjeroversteken, rotsterrein tot graad II tijdens de afdaling en een smalle topgraat.

4. De standaardroute vanuit Italië via de Rifugio Francesco Gonella

Mont Blanc ‘by fair means’: een alternatieve route

Deze standaardroute is de enige die volledig op eigen kracht wordt afgelegd, dus zonder hulpmiddelen. Ook wel bekend als ‘by fair means’. Je gebruikt namelijk geen berglift voor de beklimming en start direct in het dal van het Val Veny bij Courmayeur. Voor je ligt de enorme Miage-gletsjer die je trakteert op een eindeloze afwisseling van morenen, spleten en hoogteverschillen.

Na vele kilometers wandelen over de gletsjer leidt een smal pad je door steil, rotsachtig terrein naar de Gonella-hut op 3.071 meter hoogte. Deze moderne hut uit 2011 behoort tot de meest duurzame berghutten van de Alpen. Veel tijd om ervan te genieten heb je echter niet, want meestal gaat de wekker rond middernacht. Dat heeft als voordeel dat je in het donker over de Glacier du Dôme wandelt, met spleten en afgronden die doen denken aan de Himalaya. Je hebt bijna 2.000 hoogtemeters voor de boeg; daarmee is deze route de fysiek meest veeleisende standaardroute.

Vaak maken metalen ladders het oversteken van de grootste kloven gemakkelijker. Het eerste   doel is de Piton des Italiens, die je bereikt via een sneeuw- en ijshelling met een hellingshoek tot 45°. De 4.002 meter hoge Piton de Italiens is een vrij onopvallende heuvel in de bergkam tussen de Aiguille du Bionassseyen de Dôme du Goûter. Vanaf hier volg je een scherpe en zeer smalle sneeuwgraat tot aan de Dôme op 4.300 meter hoogte. Als je in een vlot tempo loopt, kom je bij de Dôme de lichtketting van de Gouter-kolonne tegen. En voor de laatste 500 hoogtemeters geldt hetzelfde als voor de andere standaardroutes: ze zijn heel erg zwaar.

De Gonella-hut op meer dan 3.000 meter hoogte.
De Gonella-hut ligt op meer dan 3.000 meter hoogte. Fotocredits: VIVALPIN

Hoogteverschillen:

  • Dag 1: Van Val Veny (ca. 1.600 m) naar de Gonella-hut (3.072 m); 1.500 hoogtemeters
  • Dag 2: Gonella-hut (3.072 m) tot de Mont Blanc (4.805 m); 1.900 hoogtemeters
  • Afdaling: 2.500 hoogtemeters

Moeilijkheidsgraad:veeleisende hoogalpine tocht, ijshellingen tot 45°, spletenrijke gletsjers, smalle sneeuwgraat vanaf de Piton des Italiens (4.002 m), afdaling via de Goûter-hut, rotsklimmen tot graad II, smalle topgraat en objectief gevaarlijk

De afdaling van de Mont Blanc

De tocht is pas voorbij als je weer veilig en wel in het dal bent aangekomen. Dat geldt voor de Mont Blanc meer dan voor de meeste andere bergtoppen. Meestal daal je af via de Goûter-hut. Deze route is technisch gezien de gemakkelijkste. Daarnaast zijn er twee berghutten op de route naar het bergstation van de Tramway du Mont Blanc bij het Adelaarsnest (Nid d’Aigle) op 2.390 meter hoogte. Het belangrijkste punt van de afdaling is de Grand Couloir, die je moet oversteken (zie hierboven).

Wat heb je nodig voor de beklimming van de Mont Blanc?

Een beklimming van de Mont Blanc vereist ervaring met hoogalpine tochten, een uitstekende conditie en ervaring met stijgijzers, ook op steil terrein. Op de lange, zware beklimmingen is het van groot belang dat je alle moeilijkheden, het omgaan met het touw en de zekeringstechnieken goed onder de knie hebt.

Ook met een berggids heb je een uitstekende conditie en ervaring met het lopen op stijgijzers nodig. Voor de eerder genoemde acclimatisatie zijn voorbereidingstochten naar bijvoorbeeld de Gran Paradiso (4.061 m) of een van de vele toppen van het Monte Rosa-massief (tot circa 4.500 m) sterk aan te raden. In ieder geval moeten de berghutten ruim van tevoren worden gereserveerd!

* De vermelde hoogtemeters bij de beklimming komen niet overeen met het hoogteverschil tussen het start- en eindpunt, aangezien er meestal nog afdalingen en tegenklimmen moeten worden overwonnen.

Deel dit bericht met andere bergvrienden

Bergfreund Christof

Christof Schellhammer machte mit 21 Jahren sein Hobby zum Beruf. Seither ist er als staatlich geprüfter Bergführer und Skiführer in den Alpen und den Gebirgen der Welt unterwegs. Vor über 30 Jahren gründete er gemeinsam mit seinem Freund Wolfgang Pohl die rennomierte Ski- und Bergschule VIVALPIN, eine der führenden Anbieter im Alpenraum. Gemeinsam haben sie viele junge Bergführer und Skiführer bis zur Staatlichen Prüfung ausgebildet und Fachliteratur zum Thema Bergsteigen veröffentlicht. Christofs Erfahrung und Leidenschaft machen ihn zu einem der anerkanntesten Experten im alpinen Raum.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ontdek de juiste producten in de Bergfreunde.nl shop

Dit zou je ook kunnen interesseren