Inhoudsopgave

De dag begint goed. De zon schijnt en je bent met vrienden naar een mooi klimgebied gereden. Wanneer jullie aankomen bij de rotsen, pak je je spullen erbij en dan kan het avontuur van start gaan. Het is jouw beurt om als eerste te zekeren. Dat is helemaal niet zo erg, want met de zon in je gezicht en je vrienden die elkaar verhalen vertellen is het aan de voet van de rots ook echt genieten. Dan draait de wind ineens en denk je: “Hm, maar dat zijn toch geen bloemengeuren die mijn neus nu binnenvliegen.” Op een gegeven moment in de loop van de ochtend neemt de druk op de blaas toe. Dus loop je een paar meter het bos in, maar achter de volgende struik verschijnt een angstaanjagend beeld. Het lijkt hier wel een mijnenveld! Voor je zie je allemaal witte ‘vlaggetjes’ staan, netjes in rijen met kleine tussenruimtes. Alsof ze je willen waarschuwen om door te lopen. Nu realiseer je je ook waar de ‘geur’ van eerder die dag vandaan kwam.

Op de plekken waar witte zakdoekjes afsteken tegen de groene omgeving is duidelijk dat mensen je voor zijn geweest om hun behoefte te doen. Hoe meer mensen zich in de natuur begeven, hoe groter het afvalprobleem. Maar terwijl het weggooien van sigaretten, flessen, verpakkingen en andere rommel nog relatief eenvoudig is en soms zelfs door aardige voorbijgangers wordt opgeruimd, ligt dat bij poep een stuk … moeilijker. Het is daarnaast veel problematischer, omdat het er niet alleen vies uitziet, maar het ook onaangenaam ruikt. Bovendien kan het slecht zijn voor het milieu en voor de gezondheid van mens en dier.

Een paar feitjes op een rij

„Maar het is toch gewoon natuurlijk en vergaat vanzelf, dus waarom zou je het moeten opruimen?” In principe is dit waar, maar slechts weinig mensen weten dat het vrij lang duurt voordat die dingen vergaan. Een papieren zakdoekje blijft bijvoorbeeld drie maanden lang liggen. Ontlasting zelf niet zo lang, maar je kunt er niet vanuit gaan dat dit na twee weken al verdwenen is.

Wie man richtig in den Wald scheißt.
De beste tips: How to shit in the woods!

Met deze gegevens kun je heel eenvoudig een berekening maken. Terug naar het klimgebied. Laten we zeggen dat er in een weekend al snel zo’n 100 mensen hierheen komen om te klimmen. Wanneer iedereen het resultaat van zijn toiletbezoek laat liggen, zijn dat 100 hoopjes met 100 zakdoekjes. Omdat het lang duurt voordat die hoopjes vanzelf verdwijnen, gaat het om 400 hoopjes per maand. Je kunt je voorstellen hoe het er in het bos na een heel seizoen uitziet en ruikt. Ongebleekt toiletpapier vergaat sneller, maar zelfs dat duurt een paar weken en ziet er nog steeds niet mooi uit. Papieren zakdoekjes zijn ook wat betreft milieuvriendelijkheid in het productieproces niet de beste keuze. Er is veel water, veel energie en veel hout nodig voor het produceren van een zakdoekje. Bovendien komen door chemische behandelingen gevaarlijke stoffen in rivieren terecht. Meer informatie is beschikbaar op de website van het Duitse Federaal Milieuagentschap.

De ongezonde kant …

Op zich is er niet veel negatiefs te ontdekken in poep, kak of hoe je het ook maar wilt noemen, behalve dan dat het natuurlijk niet fijn ruikt. In het ecosysteem nemen dit soort achterblijfsels over het algemeen een belangrijke plaats in, bijvoorbeeld als meststof of als voedsel voor schimmels en mijten. De heilige pillenkever, een soort mestkever, gebruikt uitwerpselen zelfs om zich voort te planten door er eieren in te leggen.

Maar – en hier wordt het problematisch – ontlasting kan ook veel onsmakelijke inhoud vervoeren. Simpel gezegd bevat het alles wat ons lichaam niet kan verteren of gewoon snel kwijt wil. Daardoor zijn er talloze bacteriën, virussen, bacillen, parasieten en andere weerzinwekkende dingen te vinden in ontlasting. Het wordt bijzonder onaangenaam als ziekteverwekkers zich verplaatsen en gebieden binnendringen waar ze eigenlijk niet thuishoren.

Maar dieren doen het toch ook?

Inderdaad, dieren schijten ook in het bos, maar dat is nog geen reden om het zelf ook maar te doen, want helemaal vergelijkbaar is het niet. Dieren dragen ook ziekteverwekkers in hun uitwerpselen, dus daarom moet je water uit beekjes in de buurt van weilanden nooit ongefilterd drinken.

Een verschil met de mens is dat dieren hun uitwerpselen meestal over grote gebieden verspreiden. Zo heeft een hert het hele bos tot zijn beschikking, terwijl klimmers zich meestal beperken tot enkele vierkante meters in de buurt van de rotsen.

Toch kunnen de uitwerpselen van dieren ook zeer onaangenaam zijn. Veel boeren hebben bijvoorbeeld te maken met hondenpoep, die hun hooi vervuilt.

Dus wat moet je doen?

Een ton met brede hals kan dienst doen als container.
  • Maak gebruik van de juiste faciliteiten: Het is beter om na een goed ontbijt nog even thuis naar het toilet te gaan en daar je boodschap te doen voor vertrek. Als dat niet lukt, maak dan onderweg een stop bij een wegrestaurant of tankstation. In sommige natuurgebieden zijn inmiddels ook toiletgebouwen aanwezig. Toegegeven, het ruikt daar niet altijd zo fris, maar hé, je moet wat.
  • De afstand telt: Van een paar meter verder het bos in gaan is nog niemand slechter geworden, behalve misschien in slechte horrorfilms. Blijf uit de buurt van water en struiken waar anderen je al voor zijn geweest. Let ook op voldoende afstand tot het water wanneer je je hoger dan de rivier bevindt. Anders spoelt de volgende regenbui jouw boodschap alsnog mee het water in. En dat wil niemand.
  • Ingraven: Maak een mooi diep gat (30 cm) en doe je boodschap daarin. Zo’n gat heeft verschillende voordelen. In een hoop verteert alles veel sneller, dieren zullen het minder snel vinden, de regen spoelt het niet weg en anderen hebben geen last van de geur. Bovendien zie je er niets van en kan je er niet per ongeluk instappen. Maar waarmee graaf je? Approach- en wandelschoenen hebben meestal vrij harde zolen en kunnen dus dienstdoen. Ook wandelstokken kunnen nuttig zijn en wanneer je weet dat je lange tijd onderweg bent, dan kan je voor het geval dat een kleine schep meenemen.
  • Als ingraven niet kan: Soms is de grond gewoon te hard en te droog om een diep gat te graven. Dan zit er niets anders op dan om alles mee te nemen. Daarvoor heb je een zak nodig (plastic wordt aanbevolen) en een schep. Trek de zak over de schep, graaf de boel op en trek de zak weer terug. Dan zit alles goed verpakt. Zodra je weer in de bewoonde wereld bent kan je de zak weggooien. Als je meerdere dagen in de natuur bent, is het raadzaam om een extra box of ton mee te nemen om je afval in op te slaan.

Zeer smakelijk is het onderwerp niet, maar ook dit hoort gewoon bij de natuur. Daar moet je tegen kunnen als je zo avontuurlijk bent om op deze manier te reizen.

Deel dit bericht met andere bergvrienden

Share on facebook
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on twitter

Ontdek de relevante producten in de Bergfreunde Shop

Bergvriend Jörn

Bergvriend Jörn

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dit zou je ook kunnen interesseren

Vorige
Volgende

Ontdek de relevante producten in de Bergfreunde Shop

Dit zou je ook kunnen interesseren

Bergvriendin Franzi

Frag die Bergfreunde

Wir sind Mo. – Fr. 10:00 – 17:00 Uhr für Dich da!

Bergvriendin Franzi

Vraag het aan de bergvrienden

Van ma-vr 10:00-17:00 uur staan we voor je klaar!